Hoe kleine San José groot werd

Vanuit Bogotá nemen we het vliegtuig naar Apartado, in het noordwesten van Colombia, in het departement Antioquia. Deze streek is nog steeds een centrum van de strijd tussen guerrilla en militairen, en vooral paramilitairen. Op het moment dat wij hier zijn, is er wel net een eenzijdig staakt-het-vuren van de FARC.

In de stad zelf heerst een vreemde sfeer van berusting. De militairen, hoewel voor ons niet erg zichtbaar, zijn zeer aanwezig, maar de mensen lijken het te hebben geaccepteerd. Voor de meesten is de ‘gemilitariseerde rust’ van vandaag beter dan de hevige strijd van de voorgaande jaren. Maar ze zijn duidelijk ook bang om te praten.

Nu trekken we van de stad weg, over een onverharde weg vol putten, door ongerept woud, afgewisseld met kleine dorpjes en grote bananenplantages nog dieper de sierra’s van Abibe en de strijd in. Regelmatig komen we een groepje militairen tegen die langs de kant van de weg staan. Twee weken geleden nog werden in de buurt militairen gedood door de guerrilla. Een week later kondigde die laatste eenzijdig een staakt-het-vuren af, maar ze weigert haar wapens in te leveren zolang er geen akkoord is.

Niets doet vermoeden dat net hier een gemeenschap woont die alle geweld heeft afgezworen. San Josécito is één van de elf nederzettingen van de ‘comunidad de paz’, de vredesgemeenschap. Van zodra we door de poort binnenrijden overvalt je, temidden van een overweldigende natuur, een gevoel van harmonie en rust. Kinderen komen meteen naar ons toe, onze gastvrouw zuster Mariela ontvangt ons hartelijk. We staan meteen met een verse mango in onze handen.

De vriendelijkheid en lachende gezichten staan in schril contrast met de geschiedenis van de vredesgemeenschap, één van onnoemelijk veel slachtoffers en onrechtvaardigheden.

De eerste vredesgemeenschap werd gesticht in 1997 door een aantal campesinos die tijdens de jaren van de ‘violencia’ tussen 1948 en 1958 uit andere streken hiernaartoe waren gevlucht. In 1970 stichtten zij San José, naar de patroonheilige van de landbouwers. Maar ook in deze streek nam het geweld toe. In 1977 vond een eerste grote massamoord door de guerrilleros op de campesinos plaats. Sindsdien is er voortdurend geweld geweest tegen de lokale boeren. Zowel de militairen, die veelal opereren samen met paramilitaire troepen, als de guerrilla wil de controle over deze streek omdat het land zeer vruchtbaar is en rijk aan grondstoffen zoals petroleum, steenkool, goud en coltan. In de jaren ’90 verergerde het conflict. In september ’96 en februari ’97 richtten de paramilitairen hier twee grote bloedbaden aan.

Degenen die niet opnieuw op de vlucht gingen, gingen op zoek naar een alternatief, een geweldloze manier van verzet. Ze lieten zich inspireren door de levenswijze van de indigenas. Om hun idee vorm te geven, riepen ze de hulp in van het Rode Kruis. Die weigerde echter, omdat ze enkel bemiddelt tussen twee gewapende partijen, en niet met een burgerpartij. Vervolgens klopten ze aan bij de katholieke kerk. Die wilde wel bemiddelen.

In dit vijandig klimaat en in aanwezigheid van nationale en internationale organisaties werd op 23 maart 1997 de vredesgemeenschap officieel ingehuldigd. De principes van vrijheid, solidariteit, geweldloos verzet en rechtvaardigheid zijn even simpel als onwaarschijnlijk moeilijk. Hun enige vraag voor een stuk land en recht op een waardig leven volkomen gerechtvaardigd.

Desondanks begrepen de stichters dat ze op hevige tegenstand zouden stoten. Diegenen die een comfortabel leven wilden, konden beter ergens anders naartoe gaan, zo zeiden ze uitdrukkelijk. Alleen wie bereid was zijn leven te offeren, kon blijven.

Dat bleek geen loos advies. Nog geen acht dagen na de ondertekening vielen de paramilitairen binnen en
Sinds 1997 werden minstens 300 mensen van de vredesgemeenschap gedood, de meesten door militairen en paramilitairen. Wie niet voor hen is, is tegen hen. Neutraliteit is voor hen niet mogelijk. Nochtans wordt het recht om neutraal te zijn in een conflict erkend in het Internationaal Recht.

In 2001 organiseerden de paramilitairen een wegblokkade, die liefst drie jaar duurde. Alle voedseltransporten werden tegengehouden, veel chauffeurs ook vermoord, met de bedoeling hen uit te hongeren. Ook mensenrechten werden hier voortdurend met de voeten getreden. Huizen werden in brand gestoken, vrouwen verkracht, landbouwgewassen gestolen, leiders onterecht vervolgd, etc. Dit gebeurt allemaal zonder dat er ooit iemand voor wordt veroordeeld. Schendingen van mensenrechten en moordpartijen worden gerechtvaardigd onder het mom van de strijd tegen de guerrilla.
In 2005 richtten de paramilitairen een bloedbad aan in de nederzetting Mulatos. Acht mensen werden koelbloedig vermoord, zogezegd omdat het guerrillero’s zouden zijn. Kort daarop kwam er een nieuwe militaire basis in San José. De inwoners van de vredesgemeenschap, die op geen enkele manier betrokken willen zijn bij het conflict en ook geen gewapende personen dulden op hun grondgebied, trokken er daarom weg.

Een beetje lager, midden in het regenseizoen, begonnen ze opnieuw van nul bij de bouw van een nieuwe nederzetting San Josécito. Vele gezinnen stroomden er toe, maar in het begin was er helemaal niets. Kinderen kregen cholera en andere ziektes. Snel werden een aantal huisjes gebouwd, in hout, en zonder vloer. Er was geen sanitair, geen elektriciteit.
Vandaag wonen er 42 gezinnen en ziet het dorp er helemaal anders uit. Pas dit jaar, en met financiële steun vanuit andere landen, kreeg elk huis van ongeveer 32m2 een betonnen vloer. Een aantal huizen heeft een douche en wc, maar nog lang niet allemaal. Sommige gezinnen wonen nog steeds in precaire toestanden. Achter één van de woningen is slechts een wasbak en een wc, maar zonder enige privacy. De afvoer is ook nog niet aangesloten op het rioleringsstelsel. Het water vormt achter het huis een beekje, waarover de eigenaar met een houten plank een brugje heeft gemaakt.
Elk huis voorzien van een degelijk sanitair is nu één van de prioriteiten.

Ondanks deze absolute basisbehoeften hebben de inwoners van in het begin zorg gedragen voor het milieu. Alle woningen zijn gebouwd met duurzaam materiaal. De riolering is aangesloten op een groot waterreservoir, waar het vuile water wordt gezuiverd voordat het in de rivier terecht komt.
Ook hebben ze een aantal zonnepannelen die momenteel voor 20% van alle elektriciteit zorgt. De rest komt van het normale net, maar ze betalen hier zeer duur voor. Ze willen daarom zo snel mogelijk volledig zelfvoorzienend worden met duurzame energie.

Wie hier wil wonen, moet akkoord gaan met een aantal principes en waarden. Centraal in alles wat ze doen staat ‘la humanidad y dignidad’, menselijkheid en waardigheid. Niet alleen voor zichzelf, of hun gelijkgezinden in de gemeenschap, maar voor iedereen. Dat tonen ze op een bijna onwerkelijke wijze. Wanneer vlak bij hen een soldaat sneuvelt in de strijd, geven ze die zonder meer een waardige begrafenis, ongeacht van welk kamp hij is, ongeacht wat ze zelf door diezelfde partijen hebben moeten lijden. Op hun eigen begraafplaatsen, vol met hun eigen slachtoffers, liggen ook paramilitairen. Het is niet aan hen om te oordelen, zeggen ze…

De doden gaan hier nooit weg. In tal van herdenkingsplechtigheden worden zij geëerd. Iedereen hier kent de gruwelijke verhalen van alle slachtoffers van het geweld. “Zij zijn steeds bij ons en geven ons de kracht om door te gaan”, zegt doña Brigida mij, één van de grondlegsters van de vredesgemeenschap en vorig jaar verkozen tot ‘rebelde van het jaar’ door Belmundo in Gent.

Mede dankzij de steun van de internationale gemeenschap is het geweld de laatste jaren gelukkig afgenomen. Geweld lijkt nu eerder machtsvertoon. De paramilitairen willen vooral angst zaaien in de hoop dat velen zullen vertrekken en de vruchtbare gronden achterlaten. Dat doen ze door bedreigingen en valse beschuldigingen. Op tv wordt van tijd tot tijd propaganda gevoerd tegen de vredesgemeenschap, regelmatig worden flyers uitgedeeld in de vlieghavens van Apartado en Medellín. Daarin worden de inwoners van de vredesgemeenschap telkens voorgesteld als guerrillero’s. Soms worden mensen zelfs omgekocht om valse getuigenissen af te leggen tegen de vredesgemeenschap.
Het gebeurt ook dat beschuldigingen gericht zijn aan een specifiek persoon. Hermán, een zeer rustige, gereserveerde jongeman is zo iemand. Een tijd geleden gebeurde er een dramatisch ongeval in de woning van zijn zus. Haar kindjes van 6 e en 7 jaar oud hadden een geweer gevonden in huis en waarschijnlijk heeft de oudste zoon per ongeluk het wapen laten afgaan. Nu wordt Hermán ervan beschuldigd zijn neefje te hebben vermoord en lid te zijn van de guerrilla.

Kippen, kalkoenen, honden en katten lopen in het rond. Kinderen spelen. Iedereen lacht. Niets hier doet vermoeden dat deze mensen zoveel onrechtvaardigheden hebben geleden. De kracht waarmee ze blijven strijden voor hun idealen is onbeschrijfelijk.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s