Ontmoeting met sterke vrouwen

Vandaag ontmoeten we in Bogotá Maria Ubilerma en Pilar Navarrete. Hun verhaal is even ongelooflijk als afgrijselijk.  

6 november 1985: de guerrilla-groep M19 valt het justitiepaleis binnen. Wat wil ze? Onderhandelen. Nog geen 15 minuten later heeft het leger het gebouw omsingeld. Even later rijden tanks het gebouw binnen. Het Bolivarplein lijkt de volgende 28 uur op een oorlogssite. Het justitiepaleis wordt gebombardeerd en gaat volledig in de vlammen op. Honderden mensen komen om in de brand, niet alleen magistraten, maar ook personeel en toevallige aanwezigen. Twaalf mensen verlaten het gerechtsgebouw levend, zo is op videobeelden te zien. Op de hoek van de straat worden ze in een voertuig van het leger geduwd. Eén van hen is Hector, de echtgenoot van Pilar. Het is het laatste beeld dat ze van hem heeft. Sindsdien is hij één van de meer dan 45.000 “desaparecidos”, de “verdwenenen” in Colombia.
Pilar, de echtgenote van HectorPilar was op dat moment, nu 30 jaar geleden, 20 jaar. Ze hadden vier kinderen. “In het begin”, vertelt ze, “blijf je hopen dat hij op een dag levend terug zal komen.” In de jaren ’80 kwamen verdwijningen van politieke tegenstanders ook in andere Zuid-Amerikaanse landen veel voor. Regelmatig hoorde ze verhalen over mensen die, weliswaar zwaar gefolterd, toch werden teruggevonden. Ook van ‘hun’ groep kwamen twee studenten terug. Van de anderen, en van Hector geen spoor. De hoop op een goede afloop verkleinde ongeveer evenredig met het verstrijken van de tijd.

DSCN2315Jaime, de 16-jarige zoon van Maria vertrok op 6 februari 2008 naar zijn vriendin. Hij kwam nooit meer thuis. Maria is één van de moeders van Soacha, een buitenwijk van Bogotá. Ze vertelt haar verhaal tot in de kleinste details. Voor haar is dit een vorm van therapie.
De dag na de verdwijning van haar zoon deed ze aangifte bij het politiecommissariaat van Soacha. Daar wist men niets. Ze werd naar Bogota gestuurd en van daar… weer terug. Geen enkele instantie kon of wilde informatie geven of helpen. Liefst acht maanden leefde Maria in onzekerheid over wat er met haar zoon was gebeurd. Pas toen haar dochter op tv iets zag over gesneuvelde guerrilleros in het departement Santander, 18 uur rijden van Bogota, begonnen ze het ergste te vermoeden.

Maria nam de bus naar Santander, om haar zoon te identificeren. Ze kreeg één foto te zien van een zwaar toegetakelde jongen – een blauw en gezwollen oog, bloed aan de mond, Ze kon niet geloven dat dit haar zoon was. Om zeker te zijn volgde een gebitonderzoek. Dat bevestigde datgene wat ze niet wilde weten. “Op dat moment is mijn leven gestopt”, vertelt Maria.
Omdat de familie geen geld had om het lichaam over te brengen naar Soacha, duurde het nog twee maanden voordat Jaime thuis was. Hij kwam aan, gewikkeld in krantenpapier en plastic…

Pilar heeft haar man nooit teruggevonden. Ze had zich samen met de familieleden van de andere elf vermisten verenigd. Al snel kwamen ze erachter dat hun zoektocht werd gedwarsboomd. Niet alleen werden de militairen in de media steevast voorgesteld als helden. Eén van de advocaten die hen juridisch bijstond, werd 17 jaar geleden vermoord. Al hun andere advocaten hebben meermaals bedreigingen ontvangen.
Pilar gaat er nu van uit dat het lichaam van Hector is opgelost in ongebluste kalk. Ze zegt het bijna als een fait divers. “Ik ben al lang niet meer op zoek naar mijn man, enkel nog naar de waarheid, ik wil weten wat er precies is gebeurd, en ik wil dat de verantwoordelijken worden gestraft.”
Een aantal jaar geleden werd een generaal veroordeeld tot dertig jaar cel voor de gebeurtenissen in het justitiepaleis. Tijdens zijn proces verdedigde hij zich nog door te zeggen dat hij “de democratie wilde redden.” Vijf jaar later verleende de nieuwe president Uribe echter gratie en kwam hij terug vrij. Eén kolonel zit wel nog in de cel.

Maria gelooft niet dat haar zoon guerrillero was. Volgens de officiële documenten is hij op 8 februari gedood, twee dagen na zijn verdwijning.
In Colombia verdwijnen regelmatig jonge mannen. Falsos positivos worden ze genoemd. Het is een praktijk die al lang bestaat, maar sinds het presidentschap van Uribe exponentieel is toegenomen. Hij voerde een nieuwe wet in, die militairen beloont voor elke guerrillero die ze doden. Dit heeft ervoor gezorgd dat de militairen jongemannen ontvoeren, uitdossen in guerrilla-uitrusting en hen neerschieten, enkel en alleen om deze beloning op te strijken. Deze wet is nog steeds niet aangepast.

Op een dag in 2010 gaat Maria haar kleinkinderen van school afhalen. Een donkerblauwe auto rijdt hard op haar in. Wanneer ze uitstapt, duwt een man haar tegen de muur en ‘verwittigt’ haar geen klacht in te dienen. “Maar ik mag niet zwijgen”, vertelt ze, “ik moet blijven vechten voor gerechtigheid. Als ik zwijg, ben ik medeplichtig.” Maar na zeven jaar is er nog niet één hoorzitting geweest over de zaak…

De straffeloosheid voor daders van schendingen van mensenrechten is in Colombia al jaren dramatisch. Vandaag werkt de regering, ondanks de vredesonderhandelingen, aan een nieuwe wetgeving die dit nog dreigt te vergroten. Onder andere wil men de definitie van delicten als daden van militaire dienstplicht uitbreiden. Die komen voor de militaire rechtbank, die partijdig en niet onafhankelijk is en dus hoegenaamd geen gerechtigheid verzekert. Vorig jaar al waarschuwden twaalf mensenrechtenspecialisten van de VN dat de nieuwe wet een ernstige achteruitgang betekende op het vlak van mensenrechten.

Het gevecht van Pilar en Maria is daarom des te moediger. “Er is intussen een grote beweging ontstaan van familieleden, vooral vrouwen, van “desaparecidos”. Er komen steeds meer mensen bij.” De strijd van Maria voor gerechtigheid van haar zoon is inmiddels een strijd voor 3.388 gelijkaardige verdwijningen. Ze doet dit vooral door zoveel mogelijk haar verhaal te vertellen. Vorig jaar reisde ze door Europa om mensen te laten weten wat er gebeurt in Colombia. Ze krijgt ook veel steun van organisaties uit het buitenland, ook België.

De organisatie van Pilar organiseert elk jaar op 6 november een herdenkingsplechtigheid voor het nieuwe justitiepaleis. “We willen de herinnering aan onze geliefden levend houden en die aan wat hier is gebeurd. Net in het huis van de gerechtigheid gebeurde één van de grootste onrechtvaardigheden.”

Na het horen van deze getuigenissen worden we nog verwacht op een persconferentie van CCAJAR, een collectief van advocaten die zich toeleggen op mensenrechtenschendingen. Een paar weken geleden is er een explosie geweest in Bogotá, waarvoor 15 mensen werden opgepakt. Studenten, leiders van sociaal verzet, zelfs een medewerkerker van CCAJAR zelf. CCAJAR gelooft niet dat zij de schuldigen zijn voor de aanslag, maar dat het ook een manier is om tegenstanders uit te schakelen. Over vier maanden zijn er verkiezingen. Sommigen vermoeden dat Uribe zelf achter de aanslag zit, om zo een angstklimaat te voeden en de aanwezigheid van politie en militairen in de straat, een belangrijk programmapunt van zijn partij, te rechtvaardigen.
De persconferentie is afgelast. Alle 15 personen zijn al veroordeeld tot dertig jaar celstraf.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s